Sla is er in veel rassen en vormen zoals kropvormende sla (kropsla, ijsbergsla, bindsla) en in losse vorm (pluksla, eikenblad) en dan ook nog in verschillende kleuren rood en groen. Als het “bladvak” op de tuin vol staat ziet dat er echt prachtig uit. Sla (lactuca in het Latijn) hoort tot de composietenfamilie waartoe bijvoorbeeld ook de paardenbloem en andijvie behoren. Al die planten hebben gemeen dat ze een melkachtig sap bevatten. Sla is een belangrijk bestanddeel in rauwkostbereidingen, zelfs in die mate dat de naam sla of slaatje nu gebruikt wordt voor alle rauwkostbereidingen. Sla wordt soms ook in soepen of als stamppot verwerkt (vergelijkbaar met andijviestamppot).
Dat laatste geldt zeker voor bindsla. Bindsla vormt een krop van vrij, smalle rechtopstaande bladeren. Oorspronkelijk bond men een touwtje om de krop om die bij elkaar te houden. Vandaar de naam. Bij de huidige selecties is dat niet meer nodig.
Sla kan vanaf het voor- tot het najaar goed geteeld worden. Het gaat daarbij wel om andere rassen. Op De Tovertuin komen de slaplantjes van biologisch plantgoedkweker Jongerius uit Houten. Het is een snelle teelt. Een bed waarop sla staat wordt een paar keer per jaar beplant. Tussendoor voegen we dan extra mest of compost toe want sla is een “gulzige” plant die veel voeding en water nodig heeft.
Oogsten
(IJsberg, krop, krul, eikenblad)
Duw de lelijke blaadjes omlaag zodat je de steel kan zien. Snij de krop af en pel zo nodig nog de laatste lelijke blaadjes af.
(pluksla)
pluk de buitenste blaadjes van de plant. Op deze manier kan er altijd nog wind tussen de plantjes door en krijgen we minder last van smet (verwelking schimmel). Daarnaast remmen we de neiging van de plant om te gaan bloeien door op deze manier te plukken.