Peulen en erwten zijn nauw aan elkaar verwant. Het belangrijkste verschil is dat de wand van peultjes minder hard is waardoor je ze goed kan eten. Jonge peultjes eet je daarom helemaal op met de jonge nog onvolgroeide erwten/zaden erin. Als ze verder afrijpen wordt de peulwand harder en eet je nog alleen de erwtjes.
Oogsten
Oogst ze niet te klein. Het lekkerst zijn ze als ze zo’n 8 centimeter lang zijn en nog wel goed plat. Met twee handen oogsten zodat je met een hand de plant kan vasthouden. Anders trek je de plantenstengel kapot. Niet alleen op ooghoogte oogsten maar ook kijken of er boven of onder aan de planten nog mooie peulen hangen.
Bereiden
In het Frans heten peulen “mange-tout”. Dat klopt niet helemaal: het steeltje waarmee de peul aan de plant gezeten heeft moet eraf. Als de peulen wat groter zijn ook de draad aan de zijkant verwijderen.
Peultjes zijn het lekkerste als ze bijna rauw zijn. Helemaal rauw is niet gezond. Er zit namelijk de stof lecithine in die darm- en maagklachten kan veroorzaken. Kort roerbakken of twee minuten blancheren is genoeg om deze stof af te breken.
Recept: peultjes met wilde rijst.
Nodig: 100 gram rijst, 100 gram peultjes, ca 0,5 dl vinaigrette.
Kook de rijst gaar en droog. Blancheer de peultjes en spoel ze koud. Meng rijst en peultjes, en voeg vinaigrette toe tot je een smeuïge maar niet natte salade hebt. Maak op smaak met peper en zout.